Oefening3 les5

Zet de woordjes goed.


Zet de woordjes op de juiste plaats

melk......koffie.......koken.......kilo......groente......broodjes.......markt.......vis.....eten......eet...kopen


Vandaag ontbijt ik om acht uur. Ik eet en ik drink een kopje thee.
Na het ontbijt ga ik naar de . Ik kan daar goedkoop
eten voor vanavond. Mijn man wil graag sperzieponen
eten. Ik wil ook een aardappelen en fruit kopen.
Daarna drink ik een kopje bij mijn ouders.
Om half een ben ik thuis. Ik eet dan twee met kaas
en ik drink een glas . ´s Avonds eten we aardappelen,
en vlees. Ik houd niet van ik eet liever vlees. Heerlijk! Morgen eet ik niet thuis. Dan
ik bij mijn vriendin Victoria. Zij kan goed .