Mooi of liever extra 16

Vul in mooi/mooie/mooiste of liever


Vul in: mooi/mooie/mooiste of liever

1. Wat is jouw herinnering aan de vakantie?
2. Ik ga naar het strand dan naar het zwembad.
3. Zij heeft een jurk aan vandaag.
4. We blijven thuis als het regent.
5. Dat schilderij is echt gemaakt.
6. Drink je thee of koffie?
7. Het is weer vandaag.
8. Ik zit voorin in de klas.
9. Wat een bloemen heb je gekocht!
10. Hij werkt alleen dan in een groep.
11. Dit park is heel in de lente.
12. Ga ja met de trein of met de bus?
13. Zij heeft een glimlach.
14. Ik eet pizza dan pasta.
15. Dat is een kans voor jou.
16. We wandelen in het bos dan in de stad.
17. Wat een tekening heb je gemaakt!
18. Hij kijkt een film dan dat hij een boek leest.
19. De zonsondergang is prachtig en om te zien.
20. Ik zou wat eerder vertrekken.
21. Dat is een cadeau voor haar verjaardag.
22. Zij draagt sportkleding dan nette kleding.
23. Het uitzicht vanaf de berg is heel .
24. Ik luister naar rustige muziek.
25. Wat heb jij een stem!
26. Wij spelen buiten dan binnen.
27. Het is dat je altijd eerlijk bent.
28. Hij komt morgen dan vandaag.
29. Dat huis aan zee is echt .
30. Ik zou wat meer tijd hebben.