Geen of niet extra 15

Vul in geen of niet


vul in geen of niet

1. Ik heb laptop.
2. Ik vind zwemmen leuk.
3. Ik wil naar de bakker.
4. Hij kan fietsen.
5. Wij hebben morgen les.
6. Je hebt twee balpennen.
7. Nee, dat is de buschauffeur .
8. U drinkt koffie.
9. Jullie willen op kamp.
10. Ze komt volgende week .
11. Zij vindt geschiedenis stom.
12. Het regent .
13. Wij vinden die film eng .
14. Jij hebt het koud.
15. Hij lust geen chocolade.
16. Je draagt graag een pet.
17. Nee, dat is de trein .
18. De sportleraar komt donderdag .
19. De leerling wil naar de dokter.
20. De studenten willen examens .