Verleden tijd en voltooid deelwoord klas H 1

Vulde verleden tijd in en het voltooid deelwoord


Vul het voltooid deelwoord in.

1. (rijden) Gisteren reed Hagos naar school. Hij heeft toen hard .
2. (typen) Gisteren typte Hanibal een briefje. Hij heeft snel .
3. (praten) Gisteren praatte Zakaria te veel. Juf Marlene heeft veel minder .
4. (lezen) Gisteren las Hussein heel snel. Hij heeft snel .
5. (helpen) Vorig jaar hielp Nima Yassin. Ze heeft Yasin veel .
6 (eten) Gisteren at Adnan geen banaan. Hij heeft geen banaan .
7. (werken) Gisteren werkte Seloum weer heel goed. Ze heeft goed .
8. (verkopen) Gisteren kocht Samuel een horloge. Hij heeft een mooi horloge .
9. (betalen) Gisteren betaalde Abdullah voor een fiets. Hij heeft alles snel .
10. (tekenen) Gisteren tekende Sahom een boom. Hij heeft een boom .
11. (bekijken) Gisteren bekeek ik mijn rapport. Ik heb toen niet goed mijn rapport
12. (wonen) Gisteren woonde Hassan nog in Leusden. Hij heeft daar twee jaar .
13. (drinken) Vorige week dronk ik vieze melk. Ik heb daarna nooit meer melk .
14. (hangen) Meester Titus hing een poster in de klas. Hij heeft een mooie poster (op).
15. (kijken) Safwan keek te veel naar buiten. Hij heeft veel te veel naar buiten .
16. (luisteren) Ildrin luisterde slecht naar de juf. Hij heeft niet goed .
17. (schrijven) De klas schreef gisteren een brief. Klas H heeft een mooie brief .
18. (bellen) Juf Esther belde gisteren met meneer Gustaaf. Ze heeft hem al twee keer vandaag.
19. (leren) Klas H leerde deze week het voltooid deelwoord. Klas H heeft goed .
20. (begrijpen) Meester Titus begreep vorige week, dat jullie dit moeilijk vonden. Hopelijk heeft klas H het nu beter .